Waar krijgen peuters & kleuters zelfvertrouwen van?

‘Vorige week zaterdag had ik mijn agenda helemaal vrij geroosterd en quality time ingepland met mijn dochter. Een heerlijke meid van tweeënhalf, lekker ondernemend. Dus we zijn er ook heerlijk op uit gegaan. Met de fietskar tussen de buien door naar de Dorpstraat om een ijsje te halen. Niet veel later met een half ijsje achter de kiezen wil de jonge dame niet meer zitten omdat ze een vieze luier heeft en dit terwijl ik toch echt donkere wolken zie en het liefst naar huis ga. Oh, en dan voel je je toch zo dom. Ik dacht nog, even een ijsje halen dan is een luier meenemen toch niet nodig. De luier moest uit van mevrouwtje.’

Dit gesprekje had ik met een van mijn vriendinnen en voor we het wisten hadden we het over opvoeding, onzekerheid en zelfvertrouwen bij je kind.

Hoe ga je nou met zo een situatie als bovenstaande om? Wat is nu de beste aanpak?
Zoveel mensen, zoveel wensen en visies.
Met deze blog duiken we eens het onderwerp in.

Er zijn grofweg 4 stijlen van opvoeden: autoritair, toegeeflijk, democratisch en verwaarlozend.
Wellicht klinkt dit als abracadabra dus even kort uitgelegd:

De eerste opvoedingsstijl noemen we ‘Autoritair’.
Deze opvoedingsstijl kenmerkt zich door veel regels. De ouder is de baas en het kind moet gehoorzamen, doorgaans zijn ‘deze’ ouders veeleisend. Wanneer het kind zich niet houdt aan de regels gesteld door de ouder(s) krijgt het straf. Een autoritaire ouder geeft het kind weinig ruimte (voor discussie) en legt doorgaans niet uit (weinig sensitief-responsief). Regels zijn regels.

De tweede opvoedingsstijl noemen we ‘Toegeeflijk’ (ook wel permissief).
Deze opvoedingsstijl kenmerkt zich door ouders die erg meegaand en inschikkelijk zijn. Deze ouder(s) hebben doorgaans weinig verwachtingen en eisen en reageren erg sensitief-responsief. Deze ouder(s) hebben zeer zeker belangstelling voor hun kind maar volgen het kind letterlijk in hun ontwikkeling, deze ouder(s) zijn wat vrijer. Deze ouder(s) richten zich erg op de keuzes en behoeften van het kind en vraagt weinig in de zin van regels.

De derde opvoedingsstijl noemen we ‘Democratisch’ (ook wel autoritatief).
Deze opvoedingsstijl kenmerkt zich door ouders die regels stellen maar tegelijkertijd ook oog hebben voor de wensen en behoeften van het kind.
Deze ouders bieden sturing, begrenzing, volgen het kind in de ontwikkeling en spelen hierop in, overleggen met het kind en geven het kind ruimte om zich te ontwikkelen. De gestelde regels worden ook onderbouwd met argumenten (het kind krijgt dus uitleg over het waarom). Het kind wordt aangemoedigd en krijt complimenten.

De vierde opvoedingsstijl noemen we ‘Verwaarlozend’.
Dit zijn ouders die weinig regels stellen, maar ook weinig geborgenheid, structuur, affectie, steun, veiligheid en betrokkenheid tonen. Het kind wordt aan zijn lot overgelaten: het mag het allemaal zelf uitzoeken.

Je begrijpt, iedereen heeft hier een eigen mening over. Wat hierbij meespeelt is deels hoe je je eigen opvoeding hebt ervaren, je eigen ervaringen op basis van wat je zelf hebt meegemaakt of hebt gezien in je omgeving, het milieu waarin je je begeeft, eventuele stressfactoren die meespelen en je eigen kijk op het leven en de opvoeding van je kind. Daarnaast speelt ook het temperament en de gezondheid van je kind een rol.

Persoonlijk vind ik mezelf ‘democratisch’ maar soms toch een tikkeltje autoritair. Ik probeer wel meer naar ‘democratisch’ te hangen. Wanneer we kijken naar de gevolgen op de langere termijn lijkt mij dit namelijk het beste voor mijn kind. Met deze manier van opvoeden stimuleer je als ouder namelijk het zelfvertrouwen van het kind en zelfstandigheid. Het kind leert eigen keuzes te maken en onderbouwen, leert zijn eigen ‘ik’ kennen en er is ruimte voor dialoog. Een kind leert naar mijn idee hiermee ook dat het belangrijk is en zijn/haar mening telt.
Onderzoek heeft aangetoond dat deze kinderen vaak opgewekter zijn en doen het iets beter op school. Ze hebben minder gedragsproblemen en zijn weerbaarder tegen de negatieve invloed van sommige leeftijdsgenoten.
Een valkuil kan wel zijn dat je een te mondig kind krijgt wat niet snel ‘nee’ zal accepteren zonder gedegen argumenten.

Ik denk dat het belangrijk is om dit juist al een beetje in de peuter- en kleuter leeftijd toe passen. Een peuter/kleuter met zelfvertrouwen heeft een stevige basis en van daaruit kun je verder bouwen.
Let wel, ik bedoel hiermee natuurlijk niet dat je met een peuter of kleuter uitgebreid de dialoog moet aangaan hoor. Peuters en kleuters hebben grote behoefte aan structuur, begrenzing maar op hun niveau moeten ze de wereld om hun heen kunnen exploreren.

Wat zou je nu als ouder kunnen doen in het dagelijks leven om je kind zelfvertrouwen te geven? Hieronder enkele voorbeelden.
• Veel complimenten geven (wie groeit daar niet van)
• Zelf laten eten, aankleden etc ( het bekende ‘ikke zelluf doen’)
• Geef je kind kleine klusjes (het voelt zich waardevol)
• Laat je kind soms ook dingen zelf oplossen en wees niet direct de redder (bv als het valt, een kleuter die een ruzietje heeft met een vriendje)
• Wees sensitief-responsief (troosten, emotioneel beschikbaar zijn)
• Geef een kind ruimte om fouten te maken, blijf niet te lang hangen in boosheid (besef dat het kind het niet doet om jou als ouder te pesten)
• Luister naar je kind (leg je telefoon weg, luister en draag niet direct de oplossing aan)

Nu zijn jullie natuurlijk hoe bovenstaand verhaal afliep hè..? Weet je nog, dat kleine meisje van 2,5 jaar met een natte luier?
Ze had even niets te willen! Jammerend en huilend moest ze mee naar huis gezien de donkere lucht en enkele spetters regen.
Heel soms, echt heel soms….ben je naast moeder ook gewoon een mens met haast en zonder geduld!

Oh en trouwens, wanneer je kindje oefent met zindelijk worden, zal het ongetwijfeld wat ongelukjes krijgen. Is meteen een mooi moment om het kind te laten ervaren dat fouten maken mag 😉
Schaf Moepsy aan, biedt gemak voor iedereen.
Direct naar onze shop?